Het 6th Louisiana werd onder Confederale dienst gerekruteerd op 14 juni 1861 in Camp Moore, LA. Het bestond uit 10 compagniën, 7 van New Orleans, één van St-Landry Parish, één van Tensas Parish en één dat bestond uit mannen van de Union- en Sabine- Parishes.
Company - A
Union and Sabine Rifles, McArthur’s, Callaway’s, Phillips’s
Company - B
Calhoun Guards, Strong’s, Redmond’s
Company - C
St. Landry Light Guards, Offut’s, Richie’s, Cormier’s, Scott’s
Company - D
Tensas Rifles, Tenney's, Buckner's
Company - E
Mercer Guards, Walker's, Rivera's
Company - F
Irish Brigade Company B, Monaghan’s, O’Connor’s
Company - G
Pemberton Rangers, Smith’s, Clarke’s, Van Benthuysen’s
Company - H
Orleans Rifles, Fisher's, Buttrick's, Pilcher's
Company - I
Irish Brigade Company A, Hanlon's, Walshe's
Company - K
Violet Guards, Manning's, Ring's
Isaac G. Seymour, een krantenuitgever ui New Orleans werd gekozen als first Colonel. Net zoals vele andere regimenten in Louisiana bestond ook dit nieuw gevormde regiment vooral uit manschappen van buitenlands origine. Slechts één compagnie bestond grotendeels uit autochtone Louisianen. Meer dan de helft van de manschappen waren Iers van geboorte,
de Duitse staten waren de tweede grootste leverancier van mankracht. Alles samen dienden mannen van 17 verschillende landen het regiment gedurende haar 'time of service'.
Het regiment werd per trein naar Manassas Junction gebracht, waar het steeds groter wordende Confederale leger zich verzameld had. Daar aangekomen werd het 6th Louisiana ingedeeld bij de brigade van generaal Richard Ewell (Ewell's brigade) welke in stond voor de bewaking van Blackburn en Mitchell tijdens de eerste slag van Manassas, uiteindelijk kwam het daar niet tot een gevecht. Vlug erna werd het 6th Louisiana samengevoegd met het 7th, 8th
en 9th Louisiana Infantry en the 1st Louisiana Special battalion, "Wheat's Tigers."
Deze nieuwe brigade, " the 1st Louisiana Brigade" stond onder het bevel van Brigade General Richard Taylor. De brigade werd op zijn beurt toegewezen aan de divisie onder het bevel van Richard Ewell, hun vroegere brigade generaal.
In mei 1862 werd Ewell's divisie gedetacheerd van "the Confederate Army of the Potomac"naar "the Army of Valley" van Major General Thomas Jackson om versterking te bieden bij de verdediging van de heel belangrijke Shenandoah Valley. Tijdens de volgende paar maanden onderscheidde the 6th Louisiana zichzelf bij de gevechten van "Front Royal"
(23 mei), "Middletown"(24 mei) en "Port Republic"(9 juni 1862). Door verscheidene aanvallen van "the Louisaina brigade" tijdens de slag "the Coaling" nabij de stad "Port Republic" werd een sleutelpositie op het terrein veroverd. Met de vallei veilig in hun handen werd het grootste deel van Jackson's Army, inclusief het 6th Louisiana ter versterking overgebracht naar het nieuw gevormde "Army of Northern Virginia" wat de verdediging van Richmond als taak had. Gesteund door Jackson lanceerde Generaal Robert E. Lee, de nieuwe legerleider, een stoutmoedige tegenaanval tegen "the Federal Army of the Potomac" welke de Confederale hoofdstad aan het belegeren was. In de navolgende campagne, genaamd "the Seven Days" leed het 6th Louisiana zware verliezen in "Gaines Mill", waaronder ook hun bevelhebber Colonel Seymour. Gedurende de volgende week leverde het toegetakelde 6th Louisiana strijd te "White Oak Swamp" en het nam deel aan een zwakke uitval op een Federale batterij op de top van "Malvern Hill." Niettemin, "Richmond" was gered.
Met het federale leger in bedwang verdeelde General Lee het leger in 2 vleugels: één onder General James Longstreet en de andere onder General Jackson. Op 9 augustus 1862 stootte het 6th Louisiana, onder bevel van General Jackson door de linies van het 12th US Korps tijdens de bloedige slag van "Cedar Mountain." Tegen midden augustus had Jackson al volledige rond "the Federal Army of Virginia" gemarcheerd wat onder het bevel was van General John Pope. Het 6th Louisiana leverde slag met verscheidene federale eenheden te "Bristoe Station" op 26 augustus en te "Kettle Run" op 27 augustus. Op 28 en 29 augustus zette General Pope de aanval in tegen General Lee's meest ingegraven linie, in een oude spoorwegbedding dicht bij het oude slagveld van
"1st Manassas." Tijdens deze actie stond the 1ste Louisiana Brigade tijdelijk onder het bevel van Colonel Henry Forno, ze werden naar verschillende plaatsen in de linie gezonden om doorbraken van de vijand af te weren. Pope werd verslagen bij de tweede slag van Manassas.
General Lee, welke vastbesloten was om het initiatief te behouden, plande de eerste invasie op Noordelijke grond.
Op 17 september 1862 raakte "the Federal Army of the Potomac" onder leiding van George McClellan slaags met Lee nabij het stadje "Sharpsburg", Maryland langszij de "Antietam Creek".
Zoals gewoonlijk deed het 6th Louisiana zijn deel van de gevechten in het nu beruchte "Cornfield". Het 6th Louisiana trok die dag ten strijde met een honderdtal man, de brigade,
nu onder bevel van Brigade General Harry T. Hays telde minder dan 600 man. Ze duwden de restanten van het 1st Federal Corps terug, met een tol van 18 doden aan hun kant, inclusief hun bevelhebber Henry Simon, welke te paard ten aanval trok.
Na "Sharpsburg" trok General Lee terug naar Virginia en in de komende maanden vormde hij een verdedigingspositie rond de stad "Fredericksburg". Op 13 december viel
"the Federal Army of the Potomac", onder het bevel van Major General Ambrose Burnisede aan. Het 6th Louisiana hielp bij de verdediging van de zuidelijke linie, het leger van de Confederatie bracht de US - troepen hun tot nu toe zwaarste nederlaag toe. Tijdens de winter werden de Louisiana-regimenten geplaagd door honger, desertie en ziektes. Hun ontberingen werden nog erger door de gedachten aan thuis en de wens om terug naar Louisiana te trekken om New Orleans te bevrijden uit de handen van de federale troepen welke onder bevel staan van Major General Ben Butler. In april 1863 kwam "the Federal Army of the Potomac", onder bevel van Major General Joseph Hooker in beweging. Het 6de US-korps bleef ter plaatse en vormde een verdedigingslinie vlak voor "Fredericksburg". Hooker draaide met het 1st, 2th, 5th, 11th en 12th US-korps links weg van General Lee te "Chancellorsville". Vastbesloten om ten strijde te trekken vertrokken Genereal Lee en Jackson uit "Fredericksburg", de divisie van General Jubal Early bleef ter plaatse en stond in voor de bewaking van de rechter flank. Early's divisie bestond uit de brigade van Hays en nog 3 andere, zo'n 6000 man. Terwijl Lee en Jackson met de meerderheid van de Confederale troepen onderweg waren om Hooker te confronteren kwamen Early's manschappen, welke de oude loopgraven van "Marye's Heights" bemanden, op vier mei 1863 oog in oog te staan met het
6th US-Corps, wat dubbel zo veel manschappen telde.
Vier mei 1863 zal de ergste dag zijn qua slachtoffers voor het 6th Louisiana gedurende de oorlog. Op die dag zette het 6th US-Corps de aanval in en veroverde "Marye's Height", hierbij vielen er 175 slachtoffers bij het 6th Louisiana. Desondanks alles nam het 6th Louisiana de volgende dag, bij de "slag van Salem Church" wraak op het 6th US-Corps. Het verpulverde als deel van de 1st Louisiana Brigade verschillende linies infanterie, alvorens finaal te worden teruggeslagen. Terwijl Early's divisie te Fredericksburg en Salem Church de handen vol had, behaalden General Lee en Jackson de meest briljante Confederale overwinning in "the civil war". Deze overwinning eiste helaas een hoge tol, General Jackson stierf een week later aan zijn verwondingen opgelopen tijdens het gevecht te "Chancellorsville".
Desondanks de dood van General Jackson besliste General Lee een nieuwe invasie van de Noordelijke Staten. Deze keer in "Pennsylvania", op zoek naar bevoorrading om zo de landbouwers van Virginia te ontlasten welke zwaar onder druk stonden. General Lee nam
"the Army of the Potomac" mee in een strijd waarvan hij hoopte dat deze beslissend zou worden. Jackson's Corps werd in twee verdeeld zijnde Ewell's Corps en A.P. Hill's Corps.
Op 15 juni 1863 werden zowel de 1st Louisiana Brigade van Hays als de 2th Louisiana Brigade toegewezen aan Ewell's Corps. In Juli te "Gettysburg" raakte General Lee slaags met
"the Federal Army of the Potomac" onder bevel van General George Meade. Op de 1ste en 2de dag van de grote slag bevonden de Louisianen zich in het oog van de storm.
Ter ondersteuning van General Hill gaf General Ewell op 1 juli het bevel aan zijn manschappen om de Federale linie ten noorden van "Gettysburg" aan te vallen. De aankomst van de 1st Louisiana Brigade bleek beslissend te zijn, het 11th US-Corps werd verpletterd nabij een steenbakkerij op de noordergrens van de stad. Op 2 juli hadden Hay's mannen post gevat net ten noorden van "Cemetery Hill", de hoeksteen van de Federale positie. General Lee beval General Ewell om aan te vallen en opnieuw werd het 6th Louisiana opgeroepen om te chargeren. Bij het krieken van de dag chargeerde het 6th Louisiana samen met andere eenheden van de divisie, ze veroverden tijdelijk het noordelijke deel van "Cemetery Hill", een positie innemend welke zogezegd onneembaar was. Door gebrek aan steun van andere brigades waren ze verplicht om zich terug te trekken. Het 6th Louisiana was niet betrokken in de gevechten van 3 juli en trok zich terug uit "Pennsylvania" samen met de rest van de "Confederate Army of Nothern Virginia".
(The Army of the Potomac was renamed the Army of Northern Virginia on March 14, 1862)
In augustus was de "Confederate Army of Nothern Virginia" terug in centraal Virginia.
Op 7 november was de 1st Louisiana Brigade gelegerd in "Rappahannock Station" om een vitale brug over de "Rappahannock River" te bewaken. Terwijl ze daar waren, werden ze aangevallen door een overweldigende getalsterkte bestaande uit het 5th en 6th US-Corps.
Het 6th Louisiana en de hele brigade verloren veel manschappen, ongeveer een derde werd gevangen genomen. Deze nederlaag markeerde het begin van de neergang van het 6th Louisiana als een gevechtseenheid.
In 1864, op het einde van de winter, nam Lieutenant General Ulysses Grant het commando over de US-legers te velde. Hij was vast besloten om het bevel over "the Federal Army of the Potomac" tot het einde van de "Cicil War" te behouden en hij had een uitgesproken invloed op diens acties.
Op 5 en 6 mei hielp het 6th Louisiana om weerstand te bieden bij "the battle of the Wilderness".
In tegenstelling tot vorige bevelhebbers van "the Federal Army of the Potomac"beval General Grant zijn leger om te blijven vorderen. Te "Spotsylvania" vormde de 1st Louisiana Brigade het centrum van Lee's linie in een positie die bekend staat als de 'Mule Shoe' (hoefijzer van een muilezel). General Grant lanceerde zware aanvallen tegen deze positie op 10 en 12 mei. Op 12 mei slaagden de federale troepen erin om een opening te forceren in de Confederale linies, maar het 6th Louisiana en de rest van Hay's Brigade hield wanhopig stand en bezorgde zo "the Army of Northern Virginia" waardevolle tijd waardoor er versterking naar voor kon gestuurd worden om de bres te dichten.
Net zoals bij zijn nederlaag in "the Battle of the Wilderness" blies General Grant de aftocht.
Door de grote verliezen in mansterkte werden de twee "Louisiana Brigades" samengesmolten tot één brigade van nauwelijks 1000 man. De komende weken vochten ze tegen
" the Federal Army of the Potomac", van 23 tot 26 mei in "North Anna" en van 1 tot 3 juni in
"Cold Harbor". Aan de oevers van "the James River" detacheerde General Lee 1/3 van zijn leger, nml Ewell's Corps nu onder bevel van General Early om naar "Maryland" te marcheren en zodoende "Washington D.C. te bedreigen. Dus opnieuw trok het 6th Louisiana verder noordwaarts, de vallei naar beneden.
Op 9 juli 1864, te "Monocacy Junction" hielpen de Louisianen om het Federale leger terug te drijven en ondersteunden de hierop volgende aanval op "Fort Stevens", een deel van "Washington's" verdediging. General Early zag dat de verdediging van de hoofdstad te sterk was en besloot om zich met zijn klein leger terug te trekken naar de veiligere vallei.
Tijdens deze terugtrekking vochten de Louisianen op 19 september voor de derde en laatste keer te "Winchester", op 22 september te "Fisher's Hill" en op 19 oktober te "Cedar Creek".
Deze gevechten werden steeds beslecht in het nadeel van de Confederatie, toch bleef het 6th Louisiana vechten als leeuwen wat keer voor keer een zware tol eiste van de nog resterende manschappen. Kort hierna werd de één gemaakte Louisiana Brigade naar "Petersburg" gezonden om de verdedigingslinie van de Confederatie te bemannen. Van 5 tot 7 februari 1865 vochten ze in "the Battle of Hatcher's Run" en op 25 maart namen ze deel aan de laatste offensieve actie van
"the Army of Nothern Virginia" tegen "Fort Stedman". De oorlog eindigde in Virginia op 9 april 1865 met de overgave van "the Army of Nothern Virginia" door General Lee. Bij de overgave van het 6th Louisiana telde het regiment maar 54 man meer op een totaal van 1215 gerekruteerde,
wat neer komt op slechts 4%.
In de rangen van het 6th Louisiana vielen tijdens de vele veldslagen van deze oorlog 924 slachtoffers, 180 lieten het leven op het slagveld en velen liepen in meer dan een gevecht verwondingen op. Drie Colonels van het 6th kwamen om het leven; Colonel Isaac Seymour (gesneuveld te "Gaines Mill"), Colonel Henry Strong (gesneuveld te "Antietam") en Colonel William Monaghan (nabij "Shepherdstown in 1864)